Accepteer cookies om deze inhoud in te laden.

Total Space verkent de interdisciplinaire uitwisselingen tussen architectuur, planning, antropologie en systeemtheorie. Relatief nieuwe begrippen als ecologie en leefomgeving staan hierbij centraal, net als de concepten van netwerken en megastructuren. Vanaf de eerste stappen in wetenschappen als ecologische biologie en cybernetica uit de jaren ’60 tot aan de Smart Cities en virtuele ruimtes van vandaag blijft het concept van een totaalruimte een terugkerend motief. Leidend idee is dat architectuur en stedenbouw als dynamische, ecologische systemen moeten worden beschouwd. Architectuur draait niet langer om het produceren van gebouwen als autonome objecten, maar om het opereren en interveniëren in een veld van relaties en processen.

Voor Bakema viel dit idee samen met een bijna kosmologisch begrip van ruimte, in wat hij de ‘Totale Ruimte’ noemde. Hij greep hiervoor terug op De Stijl en op denkers als Henri Bergson en Ruth Benedict. Het was volgens hem de taak en verantwoordelijkheid van de architect om ervoor te zorgen dat de mens zich in deze totale ruimte kan oriënteren en die – letterlijk – kan bewonen. Voor hem was het in een tijd van ‘groei en verandering’ belangrijk om via een ‘totale verstedelijking’ deze ruimte van de kleinste tot de grootste schaal ervaarbaar te maken.

Dit relationele en ecologische begrip van de architectuur en planning impliceert een ingrijpende herdefinitie van de discipline en het eigen instrumentarium, technologisch maar vooral ook sociaal-cultureel. Ook politieke vragen spelen impliciet of expliciet mee, zoals de discussie over de plek van het individu in het grotere geheel van de samenleving of het veranderende onderscheid tussen privé en publiek.