Accepteer cookies om deze inhoud in te laden.

In de loop van de twintigste eeuw werd de zomerschool een belangrijke ontmoetingsplaats voor studenten en docenten met verschillende culturele achtergronden om met elkaar samen te werken. Ondanks hun reputatie en hardnekkig voortbestaan is er echter relatief weinig onderzoek gedaan naar de rol van zomerscholen in de architectuurcultuur en het architectuuronderwijs. Om die leemte op te vullen werd in september 2021 de zomerschool Re-Enacting Tacit Knowledge georganiseerd, over de impliciete dimensies van zomerscholen. Het evenement maakte deel uit van de samenwerking tussen Het Nieuwe Instituut en het Horizons 2020 Innovative Training Network: TACK / Communities of Tacit Knowledge: Architecture and Its Ways of Knowing.

De geringe aandacht voor de zomerschool heeft tot op zekere hoogte te maken met de kortstondige en ongrijpbare kwaliteit ervan: zomerscholen zijn intens, productief, sociaal en levensveranderend, - maar slechts voor een maand of twee. Die eigenschappen zijn moeilijk te vangen in een tekst of tekening. Re-Enacting Tacit Knowledge ging daarom uit van het idee dat we met behulp van een aantal experimentele onderzoeksmethoden – fictief-kritische reflectie, performance en reconstructie – licht zouden kunnen werpen op de sociale, ervaringsgerichte en vaak onbewuste vormen van weten die in dit soort educatieve evenementen een rol spelen.

Accepteer cookies om deze inhoud in te laden.

Accepteer cookies om deze inhoud in te laden.

Bij elkaar

Op de laatste dag verzorgde elke groep een slotperformance voor een panel dat bestond uit mensen uit het TACK-netwerk en van Het Nieuwe Instituut. Daarbij combineerden ze hun tekeningen, films en teksten met meer theatrale dialogen en presentaties, terwijl ze deden alsof ze tot de hun toegewezen school behoorden. Veel deelnemers moesten dus uit hun comfortzone treden terwijl ze tegelijkertijd productieve speculaties over belichaamde en sociale onuitgesproken kennis genereerden – bepaalde presentatiestijlen, vormen van groepsdiscussie, vormen van dynamiek tussen docenten en studenten en manieren om de stad te zien en te ervaren.

Wat hebben deze reconstructies en performances nu opgeleverd? We zijn in ieder geval op een andere manier naar archiefdocumenten gaan kijken. Ze vormen niet alleen het verzameld bewijs van wat er gebeurd is, ze dienen ook om hiaten in het historisch verslag op te sporen. Wat is er niet gezegd, of kon niet gezegd worden? Wat was er verborgen en wat bleef onuitgesproken? Aan alles wat in de jaarverslagen wordt beschreven of afgebeeld, liggen echte activiteiten ten grondslag – belichaamd door echte personen – waarvan de gevolgen en effecten niet volledig in deze documenten konden worden gevat. Op het eenvoudigste niveau gaat het om de relatie tussen het tekenen van een lijn op een bladzijde, op een scherm of in de virtuele werkelijkheid: het gaat om de tijd die het kost en om de manier waarop je lichaam beweegt terwijl je het doet.

We begonnen ook iets meer te begrijpen van hoe het voelde om gedurende een langere periode bij elkaar te zijn. Ook al duurde ons verblijf in Rotterdam maar twee weken, in plaats van de twee maanden van het ILAUD, wij ervoeren niet alleen de productiviteit van een dergelijke nauwe samenwerking, maar ook de frustraties en complicaties waar De Carlo in de verslagen op zinspeelt. Het delen van informele momenten leek even belangrijk als de formele werkgroepen en activiteiten. We konden inderdaad vaststellen dat het vaak op deze momenten is dat een groep individuen met verschillende culturele en pedagogische achtergronden echt een geheel begint te vormen en in de nieuwe, gezamenlijke ‘gemeenschap van onuitgesproken kennis’ van de zomerschool zelf verandert.

Met dank aan alle deelnemers: Jhono Bennett, Valeria Casali, Filippo Cattapan, Shriya Chaudhry, Eric Crevels, Emanuele De Angelis, Claudia Mainardi, Filippo Oppimitti, Lucia Pennati, Michele Porcelluzzi, Ionas Sklavounos, Yagiz Soylev, Paula Strunden, Mara Trübenbach, Anna Livia Vørsel and Caendia Wijnbelt.